Feiten & cijfers

18 jaar in 2015

Hoeveel achttienjarigen zijn er eigenlijk in Nederland? Hoeveel zitten er op school of een beroepsopleiding? Hebben ze vaak een bijbaan? Hoeveel zitten er werkloos thuis? Is ‘thuis’ nog bij hun ouders? Hoeveel tieners zijn opgegroeid met hooguit één ouder in huis?
Met de antwoorden op dergelijke vragen weten we waar we het over hebben. En hoe vaak bepaalde zaken voorkomen. Daarom gaat ‘Project18’ deze feiten en cijfers hier verzamelen. Gegevens die interessant en relevant zijn voor de ontwikkeling van 18-jarigen.

  • 18-jarigen in Nederland

In Nederland zijn bijna 200 duizend jongeren van 18 jaar. Om precies te zijn 101 duizend mannen en 97 duizend vrouwen (CBS, 2014).
Het aantal kinderen en jongeren in Nederland daalt al jaren; eind 2008 waren er nog ruim 205 duizend achttienjarigen in ons land (een daling van ruim duizend per jaar). Veertig jaar eerder, in 1968, waren er nog 50 duizend meer: 255 duizend achttienjarigen (CBS).

  • Thuis of uit huis

Op 18-jarige leeftijd heeft 10 procent van de mannen en circa 18 procent van de vrouwen In Nederland het ouderlijk huis verlaten (Bron: wegwijs.nl, 2014).  Vermoedelijk zijn op kamer wonende studenten hierbij niet meegerekend.

  • Thuis: vaker met één ouder

Steeds meer minderjarigen wonen in een eenoudergezin; van de 17-jarigen is dat bijna 20 procent. Het aantal minderjarigen dat bij één ouder woont steeg in Nederland tussen 1999 en 2014 van 11 naar 15 procent. Kinderen die opgroeien in een eenoudergezin, vaak bij hun moeder, zijn over het algemeen kwetsbaarder dan minderjarigen die bij beide ouders wonen. Ze lopen meer risico om op te groeien in armoede en ze stoppen vaker met school zonder startkwalificatie. (Bron: CBS, 26 maart 2015. Bekijk de cijfers >).

Van de eenoudergezinnen leefde bijna 34 procent minstens een jaar onder de ‘armoedegrens‘ en bijna 9 procent leefde 4 jaar of langer onder de lage inkomensgrens. Dat is meer dan bij tweeoudergezinnen en ook meer dan ervoor. (Bron: Kennisnet SCP/CBS, 2014).

  • Op school

9,2 procent van de 18-25-jarigen in Nederland heeft het onderwijs voortijdig verlaten (bron: CBS/Eurostat). Het goede nieuws is dus: bijna 91 procent maakt zijn opleiding af.

Het aandeel Nederlanders van 15-64 jaar met een startkwalificatie (minimaal een havo-, vwo- of mbo2-diploma) is gestegen van zo’n 70 procent in 2001 naar 77 procent in 2012. Bij de jongeren van 15-25 is dat aandeel gestegen van 55 naar circa 63 procent (CBS).

  • Schoolverlaters

Het aantal schoolverlaters is de afgelopen jaren flink gedaald. In het schooljaar 2013-2014  stopten minder dan 26 duizend jongeren voortijdig met school. In 2001-2002 waren dat er nog  71 duizend.  (Percentages worden niet genoemd in de berichtgeving.)
Volgens minister Bussemaker van Onderwijs houdt vooral het mbo meer jongeren op school. Deze krijgen hiermee een betere start op de arbeidsmarkt. Omdat het onderwijs in het mbo zwaarder wordt gemaakt, is niet zeker of de daling doorgaat.
De regering wil dat in 2016 nog maximaal 25 duizend scholieren voortijdig stoppen zonder diploma. (Bron: NOS, 9 februari 2015)

  • Bijbaan

Oudere scholieren hebben vaak een bijbaan: van de 16-jarigen werkt al tweederde en bij de 17- en 18-jarigen is dit 77 procent. Meisjes werken iets vaker dan jongens. De top 3: op 1 staat vakkenvuller, op 2 krantenbezorger en op 3 winkelbediende. De cijfers op de website van het CBS dateren uit 2010, dus kunnen best wat veranderd zijn (CBS, 2010).
Voor meer cijfers van het CBS over de bijbaantjes van scholieren klik je hier.

  • Geen Wajong meer

Naar schatting vijf- tot tienduizend schoolverlaters (rond 18 jaar) uit het voortgezet speciaal onderwijs en praktijkonderwijs zullen zich in 2015 bij de gemeente melden voor financiële steun en hulp bij het vinden van werk.
Tot eind 2014 konden zij gebruik maken van een Wajong-uitkering. Deze was bedoeld als steun voor jongeren met een ziekte of beperking. Per 2015 kan dat niet meer. (Trouw, 31 januari 2015)