Hoe kun jij leren?

Gezond lerenHoe kun je er nu voor zorgen dat je zo goed mogelijk kunt leren? Ervan uitgaande dat dat je doel is natuurlijk. Van belang is dat je een school of studie volgt die past bij je mogelijkheden.  Eenmaal op de opleiding moet je het nog wel zélf gaan doen. Het leren moet in de praktijk lukken. En daarvoor is het handig om te weten wat je eigenlijk nodig hebt om te kunnen leren.

Nodig om te leren
Waarschijnlijk weet je wel dat de ene klasgenoot beter is in vak A of B, een ander in talen en dat weer ander een kei is in exacte vakken zoals wiskunde. Je weet vast ook dat dat te maken heeft met verschillen in intelligentie.
Intelligentie is een begrip dat ook deskundigen moeilijk kunnen omschrijven. Het heeft te maken met slim zijn in het opnemen van kennis, het ‘uitvinden’ en het oplossen van allerhande problemen. Het wordt uitgedrukt in IQ (intelligentie quotiënt).

Om goed te kunnen leren heb je echter meer nodig, namelijk:

  • handigheid’ op creatief, sociaal en emotioneel vlak; dit zijn ook vormen van intelligentie. Het helpt dus bij het leren als je handig bent in het verzinnen van ideeën en oplossingen, als je handig bent met mensen en met gevoelens kunt omgaan;
  • je moet je kunnen concentreren;
  • je moet gemotiveerd zijn om het goed te willen doen;
  • je moet voldoende controle hebben over je behoeftes, zodat je dingen die je nú het liefste wilt doen kunt uitstellen. En zodat je beseft dat je op dit moment zaken moet leren die pas later van pas zullen komen.

Om dit alles goed te benutten zijn nog andere eigenschappen en factoren van belang, zoals:

  • heb je zelfvertrouwen,
  • ben je emotioneel redelijk stabiel,
  • kun je doorzetten als het moeilijk is,
  • kun je met stress omgaan,
  • krijg je steun en stimulans vanuit je omgeving, bijvoorbeeld je ouders.

Je bagage
Al deze dingen bij elkaar, dus alles wat je weet en kan en hebt als persoon, wordt wel eens ‘bagage’ genoemd. Deze bagage is deels aangeboren en deels aangeleerd, door wat je meemaakt en wat je meekrijgt tijdens je opvoeding en je schooltijd. Denk aan de regels van thuis en dingen die je ouders vertellen, maar ook de gebeurtenissen en voorbeelden die je (bewust en onbewust) ziet bij de mensen om je heen.

De dingen die je in aanleg meekrijgt, zoals bepaalde intelligentie en vaardigheden, gaan niet vanzelf voor je werken. Je moet er iets mee dóen om ze te benutten. Intelligentie kun je namelijk pas ontwikkelen wanneer je je lichaam en je hersenen gebruikt (en die gebruik je niet alleen op school, maar ook als je leert fietsen, klimmen, puzzelen, computeren, noem maar op). Dan groeien je hersenen en kun je er steeds meer mee. En dat gaat door tot je 25e jaar!

Daarom is het zo belangrijk dat je als kind en als tiener kansen krijgt om lekker te spelen, nieuwe dingen te ontdekken en uit te proberen (waarbij je fouten mag maken), want dáár groei je van!

Nu is het aan jou
Hoe dat bij jou als kind ging, daar heb je niks over te zeggen gehad. Misschien had je geluk en had je een fijne jeugd. Of had je minder geluk, omdat het niet zo fijn was bij jullie thuis, door problemen van je ouders of nare omstandigheden. Die dingen van vroeger kun je niet meer terugdraaien. Maar hoe je er nú mee omgaat, is wel aan jou. Je kunt besluiten om dingen achter je te laten en alleen de goeie dingen mee te nemen.

Je bent nu op een leeftijd dat je zelf ergens voor kunt kiezen en daarvoor kunt gáán – ook als je je een ‘pechkind’ voelt of niet goed kunt leren of twijfelt of je het wel kan. Zet je blik op vooruit en kijk wat je nu nodig hebt om te werken aan een fijne toekomst!

Let wel: je hoeft het niet alleen te doen, want overal zijn mensen die je kunnen en willen helpen. Zoek ze op en kijk samen wat je nodig hebt. Ze komen namelijk niet vanzelf op je af.

Hoe zorg je ervoor dat je je met de mogelijkheden die jij hebt, kunt ontwikkelen op een manier die bij jou past? Lees verder bij de Tips >

En wat als het niet goed gaat? Lees verder >